Articles

Articles

De Ontdekking Van Het Accordeon
Part #2 (By Rudy Meulen)
Het leven ging door in onze kleine provinciestad in Overijssel. Dagelijks klonk Radio Veronica in ons huis, totdat de ontvangst 's avonds te slecht was: het station werd na zeven uur 's avonds opgezweept in golven waarvan de toppen een uitstekende ontvangst boden, maar de dalen een onbeluisterbaar piepend resultaat gaven. En in de weekends werd er op zondag geluisterd naar "Muzikaal Onthaal," gepresenteerd door Herman Emmink, naar Radio Oost, dat toen nog anders heette, ik meen RONO, en naar de geheime zenders, met hun Nederlandstalige plaatjes.
In een kast in de gang stonden emmers, bezems en een strijkplank. Op de vele schappen stonden onder andere een naaimachine, een stofzuiger en een groot accordeon met een pianoklavier. Dit instrument had mijn vader, na afloop van een bruiloft van een tante gekocht. (Mijn vader speelde accordeon op bruiloften en partijen in onze familie.)
Het instrument zou al twintig jaar oud zijn. Het was in de begin jaren zeventig, dus zou het gebouwd zijn in de jaren rond 1950. Ik herinner me dat het een grijs instrument was. "Galanti", prijkte er als merknaam op. Heel af en toe nam mijn vader het instrument ter hand en speelde dan smartlappen en bruiloftsliedjes, oude Nederlandse volksliedjes en Zuidafrikaanse liedjes als Sarie Marais, Suikerbossie en Die grote stad Zaltbommel, Indische liedjes als Taran Boelan en Sarina. Ook speelde hij Rats, Kuch en Bonen, ofwel de Beer Barrel Polka, die toen in mijn oren zeer virtuoos klonk!
Het was in de schemerige uren in de avond van koninginnedag 1970, toen hij weer een recital gaf en ik hem vroeg het instrument te mogen vasthouden. Ik was verbijsterd over de omvang en het gewicht van het instrument. Voor een jongen die nog twaalf moet worden is een instrument van een kilo of tien niet niks. Natuurlijk was Vader Jacob het eerste project. Mijn vader verloor als leraar al snel zijn geduld: hij begreep niet dat wat voor hem vanzelfsprekend en gemakkelijk was voor mij nieuw en moeilijk kon zijn.
In de dagen die volgden tilde ik met de toestemming van mijn vader dagelijks het zware instrument uit de gangkast om te oefenen. En ik ben daarna altijd vrijwel dagelijks blijven oefenen, tot op de dag van vandaag!
Op kostschool in de geurige bossen van de provincie Utrecht, in de eerste klas van
de middelbare school leerde ik een jongen kennen die Ferdinand Bast heette. (Alle
namen in deze verhalen zijn natuurlijk veranderd om de privacy van de personen te
respecteren.) Ik raakte met hem bevriend. Zijn hobby was het knutselen met radio's.
Hij leerde mij dat elke radio een heuse zender is! Hij demonstreerde dat als volgt.
Hij nam een oude transistorradio, die als "zender" dienst zou doen, zette die aan
met de volumeknop op 0 en plaatste die naast een andere transistorradio, de "ontvanger"
die hij afgestemd had op een middengolf-
Wat is nu een draaggolf. Stel je voor dat een station, laten we zeggen de middengolfzender
van Radio 1, wel in de lucht is, maar er wordt geen muziek en spraak uitgezonden.
De zender zendt dan wel uit, al is er dan geen spraak en muziek. Je hoort dan een
stilte. Je kunt met de afstemknop van je transistorradio draaien naar links en rechts
en hoort dan naast de zender de ruis van de middengolfband, maar op de zender zelf
hoor je een stilte. Dat is de draaggolf. (Althans, zo noemden de etherpiraten dat.
Voor de wetenschappelijk correctheid van die term sta ik niet in, al lijkt-
Ferdi liet dat horen door langzaam aan de afstemknop van de als zender dienst doende transistorradio te draaien, totdat je op een gegeven moment op de ontvangende radio de draaggolf voorbij hoorde komen. Dat klonk als "voef". Hij draaide om het goed te laten horen de afstemknop nog wat heen en weer en je hoorde "voef, voef, voef". Hij stemde dat vervolgens zorgvuldig af en dan hoorde je een zacht zoemende stilte, zoals je die zou horen als Radio 1 uitzendt, maar er geen spraak of muziek is. Trok je de "zendende" radio een eindje weg, dan verdween ook geleidelijk de draaggolf, omdat het bereik maar heel klein was. Je hoorde dan weer het gepiep en geruis van de lege middengolffrequentie.
Maar aan een draaggolf alleen heb je niets: er moest natuurlijk op die draaggolf
een spraak-
De kritische lezer, die nog niet is afgehaakt omdat het verhaal zo saai is (Welkom,
vasthoudende lezer, u wacht een spannend vervolg in Rudy's vervolgverhalencyclus
over polka's en piraten) zal zich afvragen wat Ferdi daar nu mee opschoot. Tenslotte
reikte de draaggolf van zo'n oude transistorradio maar een paar centimeter. Probeer
als radiostation maar eens een groot luisterpubliek te bereiken als je maar een paar
centimeter uitzendbereik hebt... Maar dan kende je Ferdi nog niet. Met hetzelfde
geduld als waarmee hij de pick-
Wie ook maar een beetje verstand heeft van radio-
Soms gebeurde het, dat de strenge, grijze direkteur van het internaat Ferdi tegenkwam,
terwijl deze met zijn radiootje tegen zijn oor de draagwijdte van zijn zender uitpeilde.
De man haatte de kleine, tengere Ferdi met zijn ongezonde gele huid, zijn veel te
wijde truien, zijn vette, sluike haar en zijn ongepolijst Utrechtse accent. Dan greep
hij de radio, sloeg Ferdi ermee hard om zijn oren en schreeuwde hem de vreselijkste
verwensingen toe. Vervolgens vertrapte hij de radio en schopte Ferdi uit zijn ogen.
Ferdi kroop dan zwijgend op de bovenste verdieping van ons stapelbed op de slaapzaal.
Het waren de weinige avonden dat zijn flegmatische Utrechtse accent niet klonk. Het
bleef dan stil. Enkele dagen later presenteerde Ferdi dan zijn nieuw verworven rommelmarkt-
Click on NEXT for another article
