Articles

Articles

De Sjeik
Part #9 (By Rudy Meulen)
Op veler verzoek keren we in deze verhalenreeks over polka's en piraten nog eens terug naar de etherpiraterij. De etherpiraten ontdekten de Cleveland Style polka's en brachten die voor een Nederlands publiek. Ik ben hen daar zeer dankbaar voor!
Zelf had ik al als jonge jongen een zendertje. Radio was een grote liefhebberij van mij en is dat nog steeds. Nog steeds luister ik naar geheimzinnige radiostations van ver over de grenzen. Je kunt nog steeds allerlei vormen van radiomaken vinden op de diverse golflengtes. En nu de radio zich ook presenteert op Internet kan de lol helemaal niet op! Ik luister dan ook niet alleen maar naar de inhoud van radio, maar vooral ook naar de vorm. Die belangstelling voor dat aloude medium had ik al als kind. Geboeid door de etherpiraten kreeg ik op school kennis aan een jongen die zendertjes maakte en zo werd ik ook piraat. Elders op deze site kunt u daar meer over lezen. U leest daar ook hoe mijn vader en mijn oudere broer geboeid raakten door deze hobby. Een vroegere buurjongen bracht ons in contact met anderen die deze zeer illegale sport bedreven en enkele jaren lang was ons huis een trefpunt voor etherpiraten. Vele, vele nieuwe kennissen en vrienden leverde ons dit op. We raakten verzeild in een bijzondere wereld van feesten, intriges en avonturen, romantiek die genoeg stof op zou leveren voor een roman!
Ik draaide plaatjes en ouwehoerde tussendoor de wereld en z'n ouwe moer bij elkaar. Vooral op een donkergrijze decemberdag als vandaag, zaterdag de 14e december 2002, denk ik daar weer eens aan terug. Hoe ik toen, in die vroege jaren '70, op mijn kamertje bezig was met die apparaten met hun gloeiende buizen en hun smeulende bedrading. December was de mooiste maand van allemaal, met zijn duisternis, zijn mist, zijn sneeuw en zijn kaarsen. De kamer rook naar electriciteit, naar soldeertin en naar oude transformatoren. Het geluid was zoemen en kraken bij ompluggen, inpluggen en uitpluggen van de vele bananenstekkertjes en het bevestigen van krokodillenbekjes (een soort metalen wasknijpertjes) om draden op hun plaats te houden. Er werd met hoge voltages gewerkt, zodat al het geklooi me niet zelden op een flinke electrische schok kwam te staan. Toen ik laatst, bij wat onhandig gepruts met een lampenarmatuurtje weer eens een daverende klap uit de wandcontactdoos kreeg dacht ik nog: maar goed dat ik daar vroeger een beetje in gehard ben...
Dit verhaal gaat over "De Sjeik". De Sjeik was ook een piraat, die, zo bleek later, zat uit te zenden vanaf een kamer, nog geen kilometer van de mijne. Sinds lang hoorden we zijn programma's, voordat we de man achter de stem ontmoetten. Hoe je die mensen op het spoor kwam weet ik niet meer, maar vroeg of laat kwam je er toch achter wie wie was. De toenmalige opsporingsdienst van de PTT, de RCD (Radio Controle Dienst) was minder vindingrijk dan de piraten, want anders waren er nooit zoveel geweest. Het geluid van De Sjeik was bij ons keihard te ontvangen. Dat moest ook wel, gezien de korte afstand. Hij voerde ook "aan de band" (nu zouden we zeggen "on line") gesprekken met piraten op grote afstand. Een kenmerk van zijn geluid was dat het altijd "naast de draaggolf" zat, zoals dat in piratenjargon heette. Dit betekent het volgende. Als je een radiostation op de middengolf goed hebt afgestemd klinkt het geluid goed. Draai je de afstemknop iets naar links of rechts, dan wordt de geluidskwaliteit minder, slisserig en sisserig. Op de oude radio's met een kattenoog (= afstemindicator) kon je zien wanneer je goed was afgestemd: dat was het punt waarop het kattenoog het dichtst samengeknepen was. Op dat punt was de geluidskwaliteit ook het best. Zo niet bij De Sjeik. Bij hem was de geluidskwaliteit het best net náást de beste stand van het kattenoog. Telkens wanneer hij weer een nieuwe zender had gebouwd en naar de ontvangstkwaliteit informeerde was dit altijd het kenmerk en men wees hem daar ook steeds op. Niets hielp en niemand wist hoe dit euvel veroorzaakt werd, laat staan hoe het moest worden verholpen, De Sjeik zelf al evenmin.
Mijn eerste "live" kennismaking met De Sjeik was een bezoek van hem bij ons thuis.
Het was december en de straten in onze wijk waren vol van de kruitdamp van te vroeg
afgestoken vuurwerk. Er was een probleem met de apparatuur en hij zou dat komen verhelpen.
De betreffende apparatuur was in de keuken op tafel opgesteld en een gloeiende soldeerbout
lag ernaast te wachten. De Sjeik belde aan. Deze wereldwijze, humoristische ouwehoer
met een welluidende zware stem bleek een lange smalle jongen van een jaar of drieëntwintig
met een vaalbleke huid en een vlasbaardje. Hij had lang, maar dun vettig haar en
een schuwe, onzekere blik. Hij sprak op zachte, onzekere toon en nam, rechtop gezeten
achter de keukentafel de gloeiende soldeerbout ter hand, glimlachte verlegen en liet
op de punt van de soldeerbout wat tin uit een rolletje smelten. De heerlijk geurende
rook welde gretig op van het helhete instrument. En of-
De Sjeik was een door en door vriendelijke vent. Hij moet op zijn leeftijd de relativiteit
van de dingen al heel goed hebben ingezien, hetgeen velen pas op veel latere leeftijd
mogen ontdekken. Dit bleek uit de manier waarop hij sprak en lachte. Hij had de echte
vrijheid ontdekt. En vrijheid betaal je met eenzaamheid. tHij was een eenzaat die
in afzondering leefde. Hij ging eigenlijk nooit op bezoek. Dat-
Toch bracht ik het zover dat ik bij hem op bezoek ging. Menigmaal betrad ik de trappen naar zijn kamer. Zijn wat sloofse moeder kondigde me aan door, nadat ze bovenaan de trap met het trekkoord had opengedaan te roepen: "Karel, daar is dat zoontje van Rudolf". Waarop De Sjeik schreeuwde: "Laat maar boven komen!" (Alles in dialect natuurlijk) waarmee mij audiëntie was verleend.
Zijn kamer, net onder de zolderbalken, zijn studio, was samengesteld uit nog mooiere geuren dan die in de mijne. Behalve de soldeertin, de transformatoren, de smeulende snoeren, rook het er naar verschraalde patat, bier, worst en sigarettenrook. Talloze voorwerpen waarvan ik niet wist wat het was, lagen op de vele oude tafeltjes en kastjes. Groezelige banken en krakende. wankele stoelen waren beschikbaar voor eventueel bezoek. De Sjeik was een man van weinig woorden, en hij had de vriendelijkheid van iemand die aanvaardt. Hij bleek een zachtaardig mens, ondanks dat zijn taal doorspekt was met vloeken. En toen ik er voor het eerst was, was het voor mij een magisch moment dat hij zijn apparatuur inschakelde en zijn aankondigingen deed: "Hier is De Sjeik". Het was duidelijk dat hij hiervoor zijn eigen taal had ontwikkeld, zijn taal als radiopresentator. Bij dat eerste bezoek kondigde hij trots aan dat hij een gast had, hij noemde mijn zendernaam en legde een plaat van Frank Yankovic op de draaitafel en draaide een polka. Toen de microfoon uit stond en de plaat draaide, zei hij op vertrouwelijke toon: "Daar hou jij toch zo van? Je dacht toch godverdomme niet dat ik die muziek niet heb?"
Bij een volgend bezoek, op een zondagmiddag, terwijl de kerkklokken van ons stadje
beierden, trof ik een aantal zeer louche figuren in leren jacks aan, Lui die niet
tot de piraten-
Maar bij een volgende gelegenheid waren we weer alleen en werd er weer uitgezonden.
Bij een reparatie-
Nu kan ik toch in de verste verte niet verklaren hoe het contact met De Sjeik is
verwaterd en verdwenen. In ieder geval heb ik hem vanaf een bepaald moment nooit
meer gezien en ben zijn bestaan vergeten, tot op deze nevelige, donkere dag. Wel
herinner ik me dat ik, nog niet zo lang geleden, op een feestje iemand sprak die
de sjeik nog kende. Ik vroeg hem mijn e-
Click on NEXT for another article
