Articles

Articles

In De Ban van De Polka
Part #4 (By Rudy Meulen)
Het aantal etherpiraten was in die jaren, begin jaren '70, geweldig groot! Naar later bleek zaten er in ons provinciestadje al meer dan dertig. En dan de vele, vele tientallen die van buiten de stad kwamen. Zij verdrongen zich allen op een klein stukje van de middengolf: een klein gebiedje rond de 180 meterband. Het was vooral op zondagen een bonte kermis van geluiden in dat frequentiegebiedje. Er gold het recht van de sterkste: de zwakste stations werden gewoon weggedrukt door de sterken. Als twee stations van gelijke ontvangststerkte op elkaar kropen resulteerde dat in een geweldig gepiep. Niet zelden onstond er ruzie als de ene piraat de ander verdrong. De geluidskwaliteit was ook zeer uiteenlopend, variërend van zwak, vervormd, met brommerige bijgeluiden, tot krachtig en helder. De stations meldden zich met vogelnamen: "De Kleine Zwaluw", "De Nachtegaal", "De Zwaan", "De Braamsluiper", landennamen: "Alaska", "Mexico", beroepnamen: "De Stoelenmatter", (Dat station heette zelfs "Japie De Stoelenmatter"), "De Rietdekker", vrouwennamen: "Marita", "Jolanda", "Suzanna", of andere namen zoals "Atletico", "United", "Noordwester", "Lentekoning", "Proton", "De Stroper", "Magneet", enzovoorts enzovoorts.
Zoals ik al schreef werd er veelal Hollandstalige muziek uitgezonden. Het was muziek
waar de Hilversumse zenders zich te goed voor voelden, maar waar een grote bevolkiingsgroep
van houdt. Het was volksmuziek. De Hilversumse zenders waren er niet voor het volk,
maar voor de doorgeleerden en de elite. Zowel in de linkse als de rechtse zuilen
gingen de omroepen er van uit dat het volk moest worden opgevoed en bevoogd, klaargestoomd
om op de politieke partij van de betreffende zuil te stemmen, de beste cultuur van
de bijbehorende zuil te leren, zich de zeden en gewoonten van de bijbehorende zuil
eigen te maken. Gewone volksliedjes pasten daar niet in, waren te min. Dat was voor
"onderontwikkelde idioten". Alleen Radio Veronica, ook een piraat, bood een variëteit
aan pop-
De piraten draaiden hun muziek meestal in de vorm van verzoekplatenprogramma's. Zo
te horen hadden ze een grote luisterkring, want sommigen vulden daar hele middagen
en avonden mee. Ook kwam het vaak voor dat ze zich meldden en gewoon een heel lange
playlist afwerkten. En allemaal hadden ze een herkenningsmelodie: een instrumentaal
plaatje waarmee ze zich aan-
Van buiten ons stadje meldden zich vaak stations met als herkenningsmelodie een vreemde, rappe soort accordeonmuziek, die ik niet thuis kon brengen. Ze kondigden het ook niet aan of af, alsof iedereen wel wist wat voor muziek het was. Heel in het begin had ik er niet zo'n aandacht voor, maar dat veranderde op slag op een stille zondagmiddag
Het was op een stille zondagmiddag, na overvloedig middageten, toen ik op bed ging
liggen, nadat ik een oude lampenradio, die bij de vele (zend)apparatuur op mijn slaapkamer
stond, had aangezet. Ik had wat gezocht in de 180 meterband en een station gevonden,
dat zich op een rustige plek had genesteld en krachtig en helder uitzond. Het was
vast een station van buiten de stad, want ik hoorde weer die typische accordeonmuziek
en verwachtte ieder moment een aan-
Mijn stellige vermoeden van immigranten-
Na elk nummer hoopte ik op, bad ik om een toelichting van wat er gedraaid werd, maar het mocht niet zo zijn. Er zette weer een nieuw nummer in. Ik stelde mij de accordeonist voor als een kleine, corpulente, glimlachende man met opgerolde mouwen. Ik analyseerde het orkestje: twee accordeons, pizzicato gespeelde contrabas, de ene keer wel slagwerk, de andere keer niet, een bonkerige piano, een vreemd orgel, en een banjo. De banjo versterkte het staccatospel van de eerste accordeonist nog. De tweede accordeonist was een duivelskunstenaar, die elk van zijn duizend noten per nummer bewust leek te timen. Hij speelde in een mij bekende stemming, maar de eerste accordeon had een timbre dat ik nog nooit eerder had gehoord.
Na een hele poos hoorde ik na een nummer de naald van de platenspeler in de groef zijn schuifelende geluid nog even maken en toen verliet de zender de ether, zonder te hebben gezegd wat er was gedraaid. Het werd stil in de kamer, heel stil. Ik draaide nog wat aan de afstemknop van de radio, maar van wat ik hoorde kon ik de smaak niet te pakken krijgen. Bovendien ging in mijn hoofd de polkamuziek verder. Het laatste nummer dat ik had gehoord bleef draaien en herhaalde zich eindeloos. De typische banjo, de ronkende piano, het zoemende orgel. de krachtige, snelle accordeons, het bleef.
En het bleef ook de dagen daarna. Het bleef eigenlijk altijd. Er zouden jaren komen
dat het naar de achtergrond werd gedrongen, maar blijven deed het. Soms hoor je wel
eens zeggen door mensen: "Na deze of gene gebeurtenis zag de wereld er ineens anders
uit." Voor wie die ervaring niet kent lijkt dat overdreven, maar het bestaat. In
de dagen na die zondag zag alles er voor mij anders uit: de straat, het park, de
school, de leraren. Het was alsof ik alles voor het eerst zag, terwijl die vreemde,
ongewone Amerikaanse muziek non-
Zo ontdekte ik de polka. (en Amerika, zo voelde het.) Het zou nog wel even duren voordat ik wist wat ik had gehoord. En het zou nog veel en veel langer duren voordat ik er idee van had van welke cultuur deze muziek deel uitmaakte en wat voor grote wereld erachter zit.
Click on NEXT for another article
