Articles

Articles

Oude radio -
Part #1 (By Rudy Meulen)
Als kind al was ik geboeid door het draaien aan de knop van de radio, waarmee je de zenders zoekt, liggend voor het toestel, in stille uren, als het schemerde en het enige licht in de kamer dat van de afstemschaal van de radio was en je door een enkele kier in de behuizing van het toestel een glimp opving van het geheimzinnige licht van de radiobuizen, "lampen" genoemd. Maar dat woord "lampen" klonk anders, met meer ontzag, dan wanneer het ging over schemerlampen.
De zacht gloeiende afstemschaal toonde de namen van verre steden: Bremen, Bruxelles,
London, Paris, Hamburg, Oslo en het vertrouwde Hilversum. Langzaam verschoof ik de
verticale wijzer over die namen en steeds klonk er weer iets anders uit de luidspreker,
variërend van opgewonden stemmen in vreemde talen tot muziek, van klassiek tot volks.
Links van de afstemschaal bevond zich een rond groen lichtje, dat zich toekneep als
het oog van een kat wanneer er een luide zender, zoals Hilversum, voorbij kwam. Het
ronde lichtje kneep zich samen tot er nog maar een klein, verticaal spleetje zichtbaar
was, zoals bij een echt kattenoog. En maar verder draaien en zoeken tussen Poolse
en Scandinavische stemmen en vreemde muzieken, afgewisseld door geruis, gepiep, gekraak
en zelfs nu en dan heuse Morse-
Op zondagen, de kamer gevuld met sigarenrook en drankjes op tafel, wij als kinderen
aan een tafel apart, draaide mijn vader de wijzer op de afstemschaal zelfs nog verder
naar rechts. Veel ruimte was er niet meer, nog maar een paar centimeter. En daar
hoorde je stemmen, die spraken in onze eigen streektaal! Gemoedelijke stemmen, rustige
stemmen, grove stemmen, harde stemmen. Ze wisselden elkaar af. Je hoorde hoe de zenders
in-
Vanaf de dag van die uitleg luisterde ik anders naar de geheime zenders. Als de familie rond de tafel zat en luisterde, op winterzondagen, in de warme huiskamer met beslagen ramen, ooms en tantes erbij en jeneverglaasjes, door de lage zon tot zilver gemaakt, op tafel, dwaalden mijn jongensdromen weg naar afgelegen oorden, waar een eenzame boer, in een door een oliekacheltje verwarmd schuurtje in het besneeuwde land, bij het schaarse licht van radiolampen, stiekem zat te zenden. Hij had een stapeltje grammofoonplaten onder handbereik met hoezen met stralende Zingende Zusjes, gekleed in vrolijke bloemetjesjurken, de Zangeres Zonder Naam met haar hoge, donkere kapsel, breed lachende Three Jacksons met ver uitgetrokken accordeons. Af en toe keek de boer door een spleet in de gordijntjes of de peilwagen van de PTT, met zijn vele antennes op het dak en metertjes aan boord niet het erf op kwam rijden, gevolgd door een politiewagen.
Vanaf die dag zagen boerderijen er vanuit de bus of de trein ineens anders uit. In elke boerderij kom immers zo'n geheime zender zitten. Ik spiedde naar kleine schuurtjes achter het hoofdgebouw en hoopte lange koperdraden te ontdekken, die naar een boom ergens ver achter in het land liepen. En thuisgekomen draaide ik de wijzer op de afstemschaal naar die paar centimeter, rechts op de schaal om te luisteren, al was het ook op een doordeweekse, grijze ochtend. En altijd vond ik wel een boer die uitzond, vanuit één van de boerderijen die ik nog scherp voor de geest had omdat ik die net vanuit de trein gezien had.
Click on NEXT for another article
