Van Frankie Yankovic, eens de beroemdste accordeonist van Amerika, hadden weinig
mensen ooit gehoord. Niettemin vond ik die muziek zo aantrekkelijk, dat ik de verleiding
niet kon weerstaan om zijn muziek ook tijdens optredens ten gehore te brengen. Ik
kon me domweg niet voorstellen dat er niemand onder de bekoring van deze muziek te
brengen was, terwijl ikzelf er zo dol op was. Helaas viel dat enorm tegen: de mensen
wachtten gewoon tot het nummer voorbij was en applaudisseerden beleefd. Later zou
ik er meer succes mee krijgen, doordat de manier waarop ik het speelde zou veranderen,
ik erbij zou gaan zingen en, meer dan toen, me zou laten meeslepen door het enthousiasme,
de emotie en de passie die bij de polka hoort.
Op een avond, ergens in 1975 of '76 had ik onverwachts wel succes met het Yankovic-repertoire.
Het was een optreden in een klein Overijssels dorpje, een bruiloft. Ik speelde samen
met een drummer en een zanger/conferencier. Ik had toen een electronisch accordeon
en daarmee een perfecte baspartij. De avond begon slecht. We regelden de geluidsapparatuur
in op het podium, achter de gesloten coulissen. Het "Één, twee, drie test" had ik
kort daarvoor horen uitspreken als "Één, twee, drie testikel" en, puber als ik was,
vond ik dat mooi, dus ook ik galmde in de microfoon: "Één, twee, drie testikel" en
ik kon er geen genoeg van krijgen. Toen gingen de coulissen vanaf de zaalkant open.
We zagen een lange eettafel waaromheen zich een gezelschap bevond. Een jonge vrouw
deelde ons geërgerd mee dat de familie in gebed was en of we ons een beetje konden
inhouden... "Één, twee, drie testikel...," fluisterde ik nog even snel in de microfoon.
Afijn, de avond begon. Het bruidspaar kwam de zaal in en we speelden het welkomstlied,
op speciaal verzoek van de familie op de wijs van "Wien Neerlands bloed in d'ad'ren
vloeit, van vreemde smetten vrij..." (Kom daar nu eens om!) Het was de dag van het
leven van het bruidspaar. Hoeveel "dagen van het leven" ik wel niet muzikaal begeleid
heb, weet ik niet meer, maar ze waren allemaal hetzelfde: het welkomstlied, de eerste
rustige nummers rond de koffie, de lollige ooms die levensverhalen van WC-rollen
lazen, de bedroevend slechte sketches van familileden, de zelf gedichte liedjes op
de wijs van "Toen onze mop een mopje was", het houterige gedans, de polonaise, de
laatste kop koffie, die dan altijd "mokka" genoemd werd met de broodjes, het "Auf
Wiedersehen", de geluidsapparatuur, accordeons en spotlights inpakken, kabels oprollen,
auto in, auto uit, het incasseren van de betaling en de lange rit naar huis in beijzelde
nachten. De dag van het leven... Honderden keren...
Maar het kon ook heel leuk zijn. Het waren vaak echt goede feesten, ondanks alle
cliché's. Dan werd er uitbundig gedanst en gezongen, steeds harder, wervelender en
uitbundiger. Dat waren de avonden dat je je echt muzikant voelde. Avonden waarna
je het uitzinnige geluksgevoel had de dag van het leven van het bruidspaar te hebben
gemáákt. Die mensen zouden hun hele verdere leven terugkijken op een fantastische
bruiloft, om nooit te vergeten. En daar had jij dan als muzikant de hoofdrol in gespeeld.
Dat was bijna nog mooier dan het incasseren van je welverdiende, zwarte loon.
Nou, op die avond waarover we het nu hebben was daar geen sprake van. De mensen dansten
niet, zongen niet. En erger nog: ze maakten ons het optreden bijna onmogelijk door
steeds maar te klagen over het te hoge geluidsvolume. Na verloop van tijd stond mijn
versterker zo zacht, dat ik mezelf haast niet meer kon horen bij het slagwerk van
Gerard, de drummer. Het leek alsof we onwelkom waren en het was echt de vraag waarom
men ons had ingehuurd. We werden steeds gespannener en humeuriger. Het publiek bestond
uit boeren "refo's", zonder enig gevoel voor feest. Halverwege de avond waren al
een paar van die kleistampers hartstikke dronken en begonnen ons te bedreigen, zodat
we overwogen om de benen te nemen. En dat terwijl we juist de ervaring hadden dat
het op het platteland, bij boeren, zo goed ging! Daar was het 't meest gemoedelijk
en werd oud repertoire het meest op prijs gesteld. Nou hier dus niet. De hele boel
kwam niet van de grond en het was diepe treurnis, die hele bruiloft. Tot half twaalf
sleepten we ons door ons repertoire heen, zonder enig succes. Ik probeerde nog een
foxtrot-medley. Eén van de nummers had als tekst: "Maak het een beetje gezellig lieve
mensen". Ik zong dat, baldadig geworden, als "Ma kut een beetje gezellig lieve mensen",
maar dat hielp natuurlijk niet. De bruiloft zou tot half één duren, dus we hadden
nog een uur marteling voor de boeg. We waren het spuugzat en ik had niets liever
gewild dan zonder betaling te verdwijnen door de achteruitgang. Dat kon natuurlijk
niet. Nu wilde het geval dat ik tijdens de repetities met drummer Gerard wel eens
polka's speelde en Gerard vond dat prachtig. Hij was dol op het polka-ritme dat ik
hem had uitgelegd. Het was hem op het lijf geschreven. Op dat tijdstip op die mislukte
bruiloft, half twaalf, zei ik dan ook tijdens een kleine pauze tegen hem: "Gerard,
het wil voor geen meter. Laat ze allemaal maar het hompeschompes krijgen, wij gaan
vanaf nu onze geliefde polka's maken." We gingen weer zitten. Ik gespte de riemen
van het accordeon weer om en draaide de versterker flink hoog. Gerard gaf drie keiharde
bekkenslagen met ondersteuning van een dreunende vloertrommel en Just Because Polka
donderde de zaal in. Ik zong die heerlijke tekst van "Just because you think you're
so pretty... Just because you think you're so hot..." Het daverde tegen de muren.
Ik smeet het over de 125 hoofden van dat zooitje stijve truttebellen met een gevoel
van schijt hebben, dat ik nog nooit gehad had en ook nooit meer zou krijgen. Het
was zalig. Het was alleen nog een kwestie van wachten tot er een stelletje van die
inteelt-stieren ons de hersens zou komen inslaan of in een gunstiger geval, de politie
zou bellen om ons in te rekenen. Maar dat pakte heel anders uit...
Er werden stoelen achteruit geschoven en de tot dan toe luie konten verhieven zich.
Er werden goedkeurende blikken in onze richting gezonden en ze begonnen warempel
te dansen! We wisten niet wat we zagen. Het rumoer nam toe en ik haastte me om na
Just Because meteen de Tic Toc Polka in te zetten: "Tic, tic tic toc goes the clock
on the wall as we're dancing the evening away", die ik naadloos liet volgen door
Slovenian Home Polka. Steeds bij de overgang naar een nieuw nummer knikte ik naar
Gerard, die dan een fantastische roffel sloeg, de bekkens liet tollen en de vloertrommel
liet donderen. Een nummer of vijf verder wilde ik toch wel eens even pauzeren. We
stopten ermee. De hele massa stond op de dansvloer, applaudisseerde uitbundig en
begon boe te roepen, toen ik aanstalten maakte het accordeon af te leggen. Het boe-geroep
zwol aan en er werd op de houten vloer gestampt uit protest, zodat het podium ervan
schudde. "Wat moeten we nu Gerard," vroeg ik. "De Pennsylvania Polka?" opperde hij.
"Die is me nu te moeilijk," zei ik. "Dan de Red Raven Polka?" "OK," zei ik, "Die
gaat lukken". Ik haastte me weer de riemen vast te gespen en het geweld barstte weer
los. En zo ging het nog vijf kwartier vrijwel non-stop door. Als ik niet zo gauw
een volgende polka kon bedenken improviseerde ik wel een polka. Als ik een tekst
kwijt was deed ik wel wat "la-la-la" en ik zong de My Wife Is Happy Polka in een
volkomen zelf bedacht Sloveens, beginnend met "Moya papja pyjama..." En de zaal was
een dreunende, donderende en juichende chaos van dansen, stampen en klappen. Ik keek
opzij naar Gerard, die zat te werken of zijn leven er van afhing, z'n korte nek vuurrood
van inspanning. Om kwart voor één, nadat Gerard en ik een tweestemmig gezongen Blue
Skirt Waltz ten beste hadden gegeven, die klonk als een klok, wist de ceremoniemeester
met veel handgebaar en geschreeuw een einde te maken aan het feest. We incasseerden
een veelvoud van ons salaris en dezelfde potige knullen die ons eerder die avond
nog de stuipen op het lijf hadden gejaagd hielpen ons met het inladen van de apparatuur.
Op de terugreis naar huis zei niemand een woord, tot aan de sterke zwarte koffie
van de hospita van de drummer. Wat ons was overkomen was dat we de slechtste bruiloft
uit onze praktijk in één klap hadden zien veranderen in de beste. Eén van de slechts
betaalde klussen, waarmee we maar moeizaam accoord waren gegaan en dat nog alleen
vanwege de naamsbekendheid, was de best betaalde geworden tot dan toe. En dan dit:
het bruidspaar had het beste feest gehad en zou, voor de rest van hun leven terugdenken
aan de "World's happiest music": de polka!