Articles

 

POLKAS.NL

 

SLOVENIAN STYLE POLKAS - CLEVELAND STYLE POLKAS - BUTTON BOX MUSIC - SLOVENE TUNES - YUGOSLAV FOLK SONGS

         Articles

Polka Op Klompen

Part #8 (By Rudy Meulen)

Op enkele kilometers stroomopwaarts van de oude hanzestad waar ik ben geboren en getogen, ligt langs de IJssel het dorpje Wilsum. Eigenlik is het zelfs een stadje, want het kreeg lang geleden stadsrechten. De IJsseldijk loopt dwars door de dorpskern. Er is een Romaans-Gotische kerk uit 1050, die waarschijnlijk de oudste kerk van Overijssel is. Je kunt de rivier oversteken met een veerpontje naar het tegenoverliggende Zalk.

 

Op een avond stonden twee heren uit Wilsum voor de deur van mijn ouderlijk huis. Het zal in 1977 of '78 zijn geweest. Zij vertelden dat er in hun dorp een volksdansgroep was: de Wilsummer Klompendansers. Zij waren op zoek naar een accordeonist om de traditionele dansen te begeleiden. Zij beschikten al over twee accordeonisten, maar de één beheerste het repertoire niet voldoende en de ander, wel een heel goed muzikant, was lang niet altijd beschikbaar voor repetities en optredens, zodat er behoefte bestond aan nog een muzikant. Na wat bedenktijd, zoals altijd bij het aangaan van verplichtingen, stemde ik toe. Ik zou zo'n tien jaar lang als eerste accordeonist aan deze groep verbonden blijven. Elke veertien dagen was er repetitie in het dorpsgebouw in Wilsum. Ik werd dan van huis gehaald door een kleine boer, letterlijk en figuurlijk: hij was klein van gestalte en had een klein bedrijf. Hij heette Warner, maar iedereen noemde hem Wander. Wander was heel vriendelijk en heel nuchter. De auto waarmee hij mij ophaalde, rook naar gras, hooi en koemest. Hij was ook als accordeonist aan de dansgroep verbonden, maar hij had een beperkt repertoire, niet voldoende om een avondvullend programma te begeleiden, vandaar dat men mij erbij had gezocht.

 

Jarenlang zat ik bij Wander in de auto naar de repetities. We reden dan de stad uit, enkele kilometers over de tweebaansweg en sloegen dan rechtssaf, een landweggetje in dat naar het dorp leidde. En het dorp was oud en traditioneel, het echte platteland. Kleine huisjes, het oude kerkje, (op de afbeelding helemaal links) een dorpspleintje, één kroeg. Als het winter was en gesneeuwd had, was je in een sprookjesland. Vanuit de betonnen buitenwijken van mijn hanzestad was je in een kwartiertje in een 19e eeuwse roman beland. Letterlijk kende iedereen elkaar in dit sprookjesdorp; allemaal buren met hetzelfde dialect. De enige allochtonen waren twee mensen, een echtpaar uit Friesland, die ook leden van de volksdansgroep waren. In de week dat we niet repeteerden, traden we meestal ergens op, soms vaker dan eens per twee weken. De repetities werden begeleid door een volksdansleraar, die dit als hobby naast zijn onderwijzerschap uitoefende. Een schoolmeester van een jaar of vijftig en van het heel goede soort: vriendelijk onderwijzend en gemakkelijk de aandacht erbij houdend. Ik ben eens bij hem thuis geweest en hij liet mij horen hoe de vogels in de tuin op de kat scholden. Het was echt schelden wat die vogels deden! Het repertoire dat we bijhielden en uitbreidden bestond uit traditionele Nederlandse volksdansen. En dat betekent dat het gaat om polka's en walsen. Enkele titels die ik me herinner zijn: "Almelose Kermis", "Riepe Riepe Garste", "De Carrousel", "Driekusman", "Baas Vet", "De Vleegerd." Dit zijn polka's of polka-achtige dansen. Een wals die ik me herinner was "Jan Pierewiet" en men deed ook "De Valeta". De polka's waren heel, heel langzaam. Men danste ze in kringen, of in "sub-kringetjes", zal ik maar zeggen. Er waren veel pasjes in, waaronder de "Schotse pas", naar ik me meen te herinneren. Frank Yankovic, de sfeervolle polka-koning uit Cleveland, speelt ook een paar van die langzame polka's op voortreffelijke wijze. Men duidt die op de hoes aan als "Schottische". Hij speelt o.a. "Oh Suzannah Schottische" en die deden wij ook, d.w.z. een nummer dat er op leek. Tijdens de repetities werd het repertoire onderhouden en heel langzaam wat uitgebreid. Verder werden er wat uitheemse dansen gedaan, Amerikaanse, Ierse, Israëlische, zoals de Majem en de Jenka. De Jenka zou ik een Israëlische polka willen noemen.

 

Er werd ruimschoots gepauzeerd tijdens de repetities en na afloop werd er nog lang verwijld. Iedereen rookte, dronk en sprak dialect. Wat een heerlijk tijden waren dat toch!

 

We traden vaak op. Dat was in bejaardenhuizen, ziekenhuizen, op het Rode Kruis schip de Henry Dunant (als ik het goed spel), op dorpspleintjes en soms tot ver in de Randstad en zelfs een keertje in het Duitse dorpje dat ook Wilsum heet, al spreek je het dan uit als "Wielzoem". Ook waren we vaak te vinden op braderies, en natuurlijk luisterden we de koninginnedagen op. In ons Wilsum vierde men in de jaren '70 zelfs nog koninginnedag op 31 augustus, de verjaardag van koningin Wilhelmina. De optredens bestonden uit clusters van enkele dansen, afgewisseld door sketches en boeren-toneelstukjes door enkele groepsleden en liedjes en meezingers door mij gespeeld. Alle onderdelen werden aan elkaar gepraat door Klaas Riezebos, een geboren entertainer, die in half dialect de lachers steevast op zijn hand had. Hij kon zogenaamd maar niet leren dat hij "straks" moest zeggen in plaats van het dialectwoord "tamee". Ons hele programmapakket was zeer gewild; de groep was populair en veelgevraagd; ze bracht een nostalgisch amusement dat z'n weerga niet kende. We waren uitgedost in boeren klederdracht, rode zakdoek om de nek, de dames met gesteven kanten mutsen en allemaal klosten we op witte klompen.

 

Een vaste klant van ons was Huize IJsselvliedt te Wezep. Dit is een grote villa op het landgoed Ijsselvliedt. Het is van het Rode Kruis, dat daar vakanties organiseert voor gehandicapten en andere groepen, zoals verslaafden. Daar kwamen wij heel vaak en soms traden we op zomeravonden op in de tuinen van dit huis. Zoals altijd speelde ik per optreden meestal één Yankovic polka. De mensen luisterden dan beleefd en niet zelden kreeg ik achteraf te horen dat ze het zo'n mooi, vrolijk nummer hadden gevonden. Maar we hadden ook wel eens een Duits publiek in Huize IJsselvliedt. Als ik dan de "Just Because Polka", de "Tic Toc Polka", de "Slovenian Home Polka", de "Oh Marie Polka" of wat dan ook inzette, dan begon de afbraak van de zaal al bij de eerste noten. Er werd geklapt en gestampt bij die polka's , zoals het hoort. Aan het applaus en het gejuich kwam geen einde. Klaas Riezebos had handen vol werk om daarna zo'n publiek weer in de stemming te brengen voor de Hollandse klompendansen. In de pauzes bestormde het publiek de kamer waar we zaten en tot mijn verbijstering stopte men mijn zakken vol geld!

 

Na jaren kreeg ik genoeg van de klompendansen. Verveeld als ik was speelde ik op de repetities de polka's expres net een fractie te snel, of voerde het tempo onmerkbaar steeds op, waardoor de dansers het niet bij konden houden. Ook zette ik de polka's in walsmaat in of de walsen in polkamaat om te kijken hoe en wanneer dat fout ging bij de dansers. Eigenlijk was ik het zat en ik wilde er wel mee ophouden. Maar dat gaf de dansgroep een groot probleem. Waar haalde men een accordeonist vandaan die bereid was zulke traditionele muziek te spelen? Men bood mij een vergoeding aan voor het werk, dat ik tot dan toe vrijwillig had gedaan. Dit verzoette de arbeid voor een tijdje, maar toch wilde ik er nog steeds mee stoppen. Eindelijk had men dan een mogelijke opvolger. Een tengere jongen van een jaar of zeventien kwam wekelijks bij mij thuis om ingewerkt te worden in de traditionele Nederlandse volksdansmuziek. Hij was de zoon van een snelle zakenman uit het dorpje Zalk. Nu en dan gaf ik de lessen bij hem thuis. Het was een groot huis, met een riante huiskamer met open haard, een vleugel en een Johannes orgel. De dochter des huizes was één van de weinige leerlingen van de beroemde organist Klaas Jan Mulder, die 300 concerten per jaar gaf en alleen tijd had voor de hoogst begaafde leerlingen. Hoewel ik had gezegd dat ik de jongeman kosteloos wilde opleiden om mij als accordeonist bij de dansgroep op te volgen, stopte de vader mij briefjes van honderd in het borstzakje alsof het niets was, elke keer als hij me zag. De trouwe Wander haalde mij eerst op voor de repetities en daarna de jongen in Zalk. Wander rookte continu sigaartjes en ook de jonge jongen rookte al flink. Ook ik ben een verstokt roker. Zo kwam het gesprek in de auto eens op het ongezonde van roken, Wander reageerde lacherig in de trant van: "Een echte kerel rookt en laat zich niet van de wijs brengen door softe praatjes als zou het niet gezond zijn." De jongen liet geluiden van bijval horen en ik zweeg beschaamd. Toen ik in 1987 grote problemen kreeg met mijn toch al slechte ogen, bedankte ik definitief voor de volksdansgroep. Ik had het nog wel geprobeerd. We kwamen altijd marcherend op, terwijl ik de Boerinnekesdans speelde. Toen ik op een avond met mijn dure accordeon in één of ander gebouw waar we optraden tegen een pilaar botste, vond ik dat ik dit hoofdstuk maar eens moest afsluiten.

 

De vriendin met wie ik samenwoonde en ik wilden graag een kat en Wander had een nestje. We hadden een lapjespoesje uitgekozen om mee te nemen. Op de avond dat we in Wanders boerderij waren om het poesje mee te nemen, huilde één van Wanders kinderen zo hartstochtelijk, omdat ze zo gehecht was geraakt aan dat poesje, dat we maar besloten een ander, rood-wit katertje mee te nemen. We vertrokken met het katje en met een zak vol brokjes. Wander zwaaide ons uit. Het was de laatste keer dat ik hem zag. Na een jaar sprak ik hem nog wel door de telefoon. Hij informeerde nog naar het katje. "We hebben hem natuurlijk laten castreren", vertelde ik. "Wat!", zei hij: "Laten castreren? Maar dan heb je er toch niks meer aan, dan is al het vuur eruit!" "Luister Wander," zei ik, "Hij is hier op een flatje voor de gezelligheid en hij hoeft geen muizen en ratten te vangen, zoals bij jou op de boerderij, snap je?"

 

Het was in september 2002, vijftien jaar later, toen ik van mijn broer het telefoonnummer kreeg van Klaas Riezebos, de natuurtalent- entertainer die onze optredens zo mooi leidde. "We hebben drie weken naar je gezocht," zei Klaas, "en hebben je broer gevonden die zei dat je helemaal in Utrecht woont!". Hij vertelde dat er op 11 oktober een jubileum zou zijn ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Wilsummer Klompendansers en dat ze me graag een uitnodiging zouden willen sturen. Ik zegde meteen toe dat ik zou komen. De regio-taxi reed hetzelfde traject als destijds Wander: de tweebaansweg, het landweggetje naar rechts, de oude huizen, het dorpspleintje, de enige dorpskroeg en De Meulebelt, het dorpsgebouw. Ik herkende het nog, ondanks mijn slechte ogen. Binnen sloeg de warmte in mijn gezicht. Ik betrad de grote zaal met het grote podium. Aanvankelijk zag ik alleen schimmen, maar naarmate mijn enig overgebleven oog wende aan het schaarse licht, ontwaarde ik bekende gezichten, na al die jaren veelal omkranst door grijze haren. Een oude, bevriende mede-accordeonist ving me op en met hem heb ik het grootste deel van de avond opgetrokken. Het hele repertoire was veranderd, vernieuwd, vertelde hij: "Die ouwe dansjes, ach, dat wil niet meer. We hebben nu een heel ander repertoire." Maar toch deed de groep nog wat oude dansjes die avond. Klaas Riezebos was ook grijs. Hij deed een paar knoopjes van zijn overhemd open en zei: "Voel eens, Ruud, dan kun je mijn pacemaker voelen kloppen. Wat ben ik blij met dat ding". En Wander? Wander is dood. Hij is overleden aan longkanker. Hij was nog maar 61. Ik dacht terug aan die avond in de auto, toen hij me had uitgelachen toen ik opperde dat roken ongezond is. Ik werd weer eens herinnerd aan de gevaren van het roken. En ik bedacht dat het katje, Tommy, nog leeft en al 15 jaar is. Een oude, dikke kater, die rondkuiert in de flat van mijn vriendin, bij wie ik al vele jaren niet meer woon. De accordeonist met wie ik die avond het meest samen was heeft een Fratelli Crosio accordeon, het beste dat er bestaat. Klaas Riezebos zei: "Ruud, je speelde vroeger altijd een nummer, dat al maar sneller en sneller ging. Wat was dat toch en kun je dat vanavond nog eens voor ons spelen? Het zou mij een waar genoegen doen als je daar tamee mee op de proppen kwam." Ik wist meteen dat-ie de Circus Renz Mars bedoelde, maar ik had geen zin in optreden en die mars al jaren niet meer gespeeld, dus ik zei: "Tja, ik weet niet wat je bedoelt. Ik heb wel eens een zigeuner nummer gespeeld dat als maar sneller ging, maar ik weet niet of je dat soms bedoelt. Kan ik ook helemaal niet meer spelen trouwens, want ik speel alleen nog maar Amerikaanse polka's." De collega-accordeonist troonde me mee naar de kleedkamer van het gebouw en vroeg: "Waarom wil jij de Circus Renz Mars niet spelen?" terwijl hij me de Fratelli Crosio omhing. "Och, lang niet meer gespeeld," bromde ik, "Ik doe alleen nog maar Amerikaanse polka's, Frankie Yankovic enzo." Ondertussen beroerde ik de toetsen van dat enorme kerkorgel en speelde "Just Because Polka". Met wat hulp en wat aanwijzingen van mijn vriend had ik de Circus Renz Mars zo weer te pakken. Op het grote podium keek ik in de diepte en zag alleen de tafeltjes vooraan, verblind als ik was door de spotlights. Op de witte, loodzware Fratelli Crosio speelde ik de Circus Renz Mars, voor al die oude bekenden en nieuwe onbekenden. Het laatste deel al sneller en sneller. Na het applaus dook de oude accordeonvriend op uit het halfduister verderop in de zaal en riep: "En nu die Amerikaanse polka!!" Ik zocht wat in de vele registers van dat grote accordeon en stelde de microfoon iets anders op. Toen speelde en zong ik "Just Because" de megahit van Frank Yankovic. Het klonk fantastisch! Zonder dat ik het me had voorgenomen was het principe weer recht gedaan: één Yankovic polka per optreden. Terug op mijn stoel in de zaal kwamen veel mensen vertellen hoe ze de Circus Renz Mars op prijs hadden gesteld, maar nog meer hadden genoten van dat andere nummer, dat ik zo uit de grond van mijn hart had gespeeld en gezongen.

 

Hier eindigt het verhaal van de Wilsummer Klompendansers, van de Nederlandse polka, de klompen, de rode zakdoek om de nek, het mooie dorp Wilsum en van Wander, die er niet meer is.

 

 

 

 

 

 

Articles Home.
NEXT.
BACK.
Polkas Home.

Click on NEXT for another article