Articles

Articles

Polka Op Klompen
Part #8 (By Rudy Meulen)
Op enkele kilometers stroomopwaarts van de oude hanzestad waar ik ben geboren en
getogen, ligt langs de IJssel het dorpje Wilsum. Eigenlik is het zelfs een stadje,
want het kreeg lang geleden stadsrechten. De IJsseldijk loopt dwars door de dorpskern.
Er is een Romaans-
Op een avond stonden twee heren uit Wilsum voor de deur van mijn ouderlijk huis. Het zal in 1977 of '78 zijn geweest. Zij vertelden dat er in hun dorp een volksdansgroep was: de Wilsummer Klompendansers. Zij waren op zoek naar een accordeonist om de traditionele dansen te begeleiden. Zij beschikten al over twee accordeonisten, maar de één beheerste het repertoire niet voldoende en de ander, wel een heel goed muzikant, was lang niet altijd beschikbaar voor repetities en optredens, zodat er behoefte bestond aan nog een muzikant. Na wat bedenktijd, zoals altijd bij het aangaan van verplichtingen, stemde ik toe. Ik zou zo'n tien jaar lang als eerste accordeonist aan deze groep verbonden blijven. Elke veertien dagen was er repetitie in het dorpsgebouw in Wilsum. Ik werd dan van huis gehaald door een kleine boer, letterlijk en figuurlijk: hij was klein van gestalte en had een klein bedrijf. Hij heette Warner, maar iedereen noemde hem Wander. Wander was heel vriendelijk en heel nuchter. De auto waarmee hij mij ophaalde, rook naar gras, hooi en koemest. Hij was ook als accordeonist aan de dansgroep verbonden, maar hij had een beperkt repertoire, niet voldoende om een avondvullend programma te begeleiden, vandaar dat men mij erbij had gezocht.
Jarenlang zat ik bij Wander in de auto naar de repetities. We reden dan de stad uit,
enkele kilometers over de tweebaansweg en sloegen dan rechtssaf, een landweggetje
in dat naar het dorp leidde. En het dorp was oud en traditioneel, het echte platteland.
Kleine huisjes, het oude kerkje, (op de afbeelding helemaal links) een dorpspleintje,
één kroeg. Als het winter was en gesneeuwd had, was je in een sprookjesland. Vanuit
de betonnen buitenwijken van mijn hanzestad was je in een kwartiertje in een 19e
eeuwse roman beland. Letterlijk kende iedereen elkaar in dit sprookjesdorp; allemaal
buren met hetzelfde dialect. De enige allochtonen waren twee mensen, een echtpaar
uit Friesland, die ook leden van de volksdansgroep waren. In de week dat we niet
repeteerden, traden we meestal ergens op, soms vaker dan eens per twee weken. De
repetities werden begeleid door een volksdansleraar, die dit als hobby naast zijn
onderwijzerschap uitoefende. Een schoolmeester van een jaar of vijftig en van het
heel goede soort: vriendelijk onderwijzend en gemakkelijk de aandacht erbij houdend.
Ik ben eens bij hem thuis geweest en hij liet mij horen hoe de vogels in de tuin
op de kat scholden. Het was echt schelden wat die vogels deden! Het repertoire dat
we bijhielden en uitbreidden bestond uit traditionele Nederlandse volksdansen. En
dat betekent dat het gaat om polka's en walsen. Enkele titels die ik me herinner
zijn: "Almelose Kermis", "Riepe Riepe Garste", "De Carrousel", "Driekusman", "Baas
Vet", "De Vleegerd." Dit zijn polka's of polka-
Er werd ruimschoots gepauzeerd tijdens de repetities en na afloop werd er nog lang verwijld. Iedereen rookte, dronk en sprak dialect. Wat een heerlijk tijden waren dat toch!
We traden vaak op. Dat was in bejaardenhuizen, ziekenhuizen, op het Rode Kruis schip
de Henry Dunant (als ik het goed spel), op dorpspleintjes en soms tot ver in de Randstad
en zelfs een keertje in het Duitse dorpje dat ook Wilsum heet, al spreek je het dan
uit als "Wielzoem". Ook waren we vaak te vinden op braderies, en natuurlijk luisterden
we de koninginnedagen op. In ons Wilsum vierde men in de jaren '70 zelfs nog koninginnedag
op 31 augustus, de verjaardag van koningin Wilhelmina. De optredens bestonden uit
clusters van enkele dansen, afgewisseld door sketches en boeren-
Een vaste klant van ons was Huize IJsselvliedt te Wezep. Dit is een grote villa op het landgoed Ijsselvliedt. Het is van het Rode Kruis, dat daar vakanties organiseert voor gehandicapten en andere groepen, zoals verslaafden. Daar kwamen wij heel vaak en soms traden we op zomeravonden op in de tuinen van dit huis. Zoals altijd speelde ik per optreden meestal één Yankovic polka. De mensen luisterden dan beleefd en niet zelden kreeg ik achteraf te horen dat ze het zo'n mooi, vrolijk nummer hadden gevonden. Maar we hadden ook wel eens een Duits publiek in Huize IJsselvliedt. Als ik dan de "Just Because Polka", de "Tic Toc Polka", de "Slovenian Home Polka", de "Oh Marie Polka" of wat dan ook inzette, dan begon de afbraak van de zaal al bij de eerste noten. Er werd geklapt en gestampt bij die polka's , zoals het hoort. Aan het applaus en het gejuich kwam geen einde. Klaas Riezebos had handen vol werk om daarna zo'n publiek weer in de stemming te brengen voor de Hollandse klompendansen. In de pauzes bestormde het publiek de kamer waar we zaten en tot mijn verbijstering stopte men mijn zakken vol geld!
Na jaren kreeg ik genoeg van de klompendansen. Verveeld als ik was speelde ik op de repetities de polka's expres net een fractie te snel, of voerde het tempo onmerkbaar steeds op, waardoor de dansers het niet bij konden houden. Ook zette ik de polka's in walsmaat in of de walsen in polkamaat om te kijken hoe en wanneer dat fout ging bij de dansers. Eigenlijk was ik het zat en ik wilde er wel mee ophouden. Maar dat gaf de dansgroep een groot probleem. Waar haalde men een accordeonist vandaan die bereid was zulke traditionele muziek te spelen? Men bood mij een vergoeding aan voor het werk, dat ik tot dan toe vrijwillig had gedaan. Dit verzoette de arbeid voor een tijdje, maar toch wilde ik er nog steeds mee stoppen. Eindelijk had men dan een mogelijke opvolger. Een tengere jongen van een jaar of zeventien kwam wekelijks bij mij thuis om ingewerkt te worden in de traditionele Nederlandse volksdansmuziek. Hij was de zoon van een snelle zakenman uit het dorpje Zalk. Nu en dan gaf ik de lessen bij hem thuis. Het was een groot huis, met een riante huiskamer met open haard, een vleugel en een Johannes orgel. De dochter des huizes was één van de weinige leerlingen van de beroemde organist Klaas Jan Mulder, die 300 concerten per jaar gaf en alleen tijd had voor de hoogst begaafde leerlingen. Hoewel ik had gezegd dat ik de jongeman kosteloos wilde opleiden om mij als accordeonist bij de dansgroep op te volgen, stopte de vader mij briefjes van honderd in het borstzakje alsof het niets was, elke keer als hij me zag. De trouwe Wander haalde mij eerst op voor de repetities en daarna de jongen in Zalk. Wander rookte continu sigaartjes en ook de jonge jongen rookte al flink. Ook ik ben een verstokt roker. Zo kwam het gesprek in de auto eens op het ongezonde van roken, Wander reageerde lacherig in de trant van: "Een echte kerel rookt en laat zich niet van de wijs brengen door softe praatjes als zou het niet gezond zijn." De jongen liet geluiden van bijval horen en ik zweeg beschaamd. Toen ik in 1987 grote problemen kreeg met mijn toch al slechte ogen, bedankte ik definitief voor de volksdansgroep. Ik had het nog wel geprobeerd. We kwamen altijd marcherend op, terwijl ik de Boerinnekesdans speelde. Toen ik op een avond met mijn dure accordeon in één of ander gebouw waar we optraden tegen een pilaar botste, vond ik dat ik dit hoofdstuk maar eens moest afsluiten.
De vriendin met wie ik samenwoonde en ik wilden graag een kat en Wander had een nestje.
We hadden een lapjespoesje uitgekozen om mee te nemen. Op de avond dat we in Wanders
boerderij waren om het poesje mee te nemen, huilde één van Wanders kinderen zo hartstochtelijk,
omdat ze zo gehecht was geraakt aan dat poesje, dat we maar besloten een ander, rood-
Het was in september 2002, vijftien jaar later, toen ik van mijn broer het telefoonnummer
kreeg van Klaas Riezebos, de natuurtalent-
Hier eindigt het verhaal van de Wilsummer Klompendansers, van de Nederlandse polka, de klompen, de rode zakdoek om de nek, het mooie dorp Wilsum en van Wander, die er niet meer is.
Click on NEXT for another article
